gat- , bore ,  Bohrungs - , Loch­- , de trou (m)

Een meetmiddel draagt de aanduiding „gat" in zijn naam, als het vrijwel uitsluitend bruikbaar is voor het meten van de diameters van boringen (NEN 2809).

Meetmiddelen die niet alleen in boringen gebruikt kunnen worden, maar bij voorbeeld ook tussen evenwijdige vlakken en in het algemeen voor allerlei binnenmetingen, dragen doorgaans de aanduiding „binnen" in hun naam.

 

 

 

Vorige pagina